:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> ENGLISHMAN IN NEW YORK, AN
ENGLISHMAN IN NEW YORK, AN
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2010-03-31
FILM
35 jaar na z’n daverend succes én debuut als Quentin Crisp in het autobiografische The Naked Civil Servant (1975) van regisseur Jack Gold, vermomt John Hurt zich nog één keer als de Engelse schrijver, entertainer en homoactivist om het verhaal te vertellen over Crisps leven en carrière in New York. Eind jaren zeventig, na de uitzending van de film op de BBC, krijgt het homo-icoon een uitnodiging voor een aantal lezingen in de Amerikaans metropool. Hij is op dat moment zeventig en keert z’n geboorteplaats Sutton, Surrey de rug toe. Engeland is hem te vijandig, homovijandig, en in New York vindt hij de vrijheid om zichzelf te zijn. Niemand neemt er aanstoot aan z’n aparte hoedje, z’n keurig gekapte grijze haren, z’n veelkleurige sjaalachtige das die wappert in de wind, z’n gestifte lippen en z’n opgemaakte ogen. In geen tijd verovert hij New York, want z’n Britse accent en z’n rake reacties tijdens vraag-en-antwoord-shows die getuigen van een scherpzinnige kijk op de maatschappij, de westerse cultuur en het homomilieu, ze trekken de aandacht, amuseren het publiek en leiden tot uitnodigingen voor laatavondshows en nog meer publieke optredens. New York houdt van Quentin Crisp en de gay community sluit hem in haar hart en Crisp op zijn beurt houdt van New York, want daar kan hij voor het eerst in acht decennia homo zijn op z’n eigen voorwaarden, opgetut door de straten flaneren als hem dat zint en zelfs verwijfd zijn zonder in elkaar te worden geramd.

 
Maar tijdens een liveshow in 1983 gaat het fout: op een vraag over zijn visie op aids, antwoordt Crisp dat het om een bevlieging gaat, een gril die gauw over zal waaien. Daarmee jaagt hij de homogemeenschap tegen zich in het harnas. Er zijn al bijna 1000 doden gevallen, de regering reageert lauw en steeds meer mensen verliezen een minnaar, een vriend, een geliefde. Crisp weigert z’n woorden terug te nemen. Bij z’n agente Connie Clausen regent het afzeggingen en even later moet ook Phillip Steele, hoofdredacteur van het Christopher Street-magazine waarvoor Crips op aanbeveling van zijn agente filmrecensies schrijft, z’n medewerking annuleren. Steele doet het met tegenzin, want tussen hem en de Engelsman groeit in de loop der jaren een innige (niet-seksuele) vriendschapsband, mede omdat de Amerikaan volgens eigen zeggen z’n coming out te danken heeft aan The Naked Civil Servant. Ondertussen grijpt de aidsepidemie om zich heen. De jonge schilder Patrick Angus, wiens carrière door Crips op de sporen wordt gezet, overlijdt kort na z’n eerste expositie. Hij heeft z’n echte man nooit gevonden en moest zich tevreden stellen met gevaarlijke anonieme spelletjes in darkrooms. Crisps drukte hem nochtans op het hart dat hij die echte man nooit zou vinden, want dat hij die zelf ook nooit is tegengekomen in meer dan zeventig jaar. Hij is een fantasma van de geest, hield Crisp hem voor, dat je alleen maar ongelukkig kan maken. Maar Angus werd niet alleen ongelukkig, het werd ook z’n dood.
 

 
Regisseur Richard Laxton begint z’n verhaal met Quentin Crisp die arriveert in New York. De man is ouder geworden, maar de nieuwe omgeving doet hem goed. Op muziek uit de jaren tachtig laat Laxton z’n hoofdpersonage door New York slenteren, zorgeloos, altijd netjes gekleed, altijd netjes opgemaakt, want in New York ben je om je te laten zien, niet om je te verstoppen. Hij toont verschillende fragmenten uit de One Man Shows die een instant succes zijn, waardoor de aanbiedingen binnenstromen. Crisp verzint op alle vragen een antwoord, meestal grappig en uniek qua invalshoek, vaak met een humanistische insteek, maar zoals Laxton ze draait komen ze bij momenten gemaakt over en missen ze de juiste toon, ondanks Hurts grote talent en zijn enorm inlevingsvermogen, wellicht omdat de tekst niet helemaal goed zit. Het publiek in de zaal reageert naar onze normen té vaak té enthousiast, alsof het om figuranten gaat (wat ze in werkelijkheid uiteraard ook zijn), maar wat beslist niet de bedoeling is in deze film.
 
De opnamen in gaybars en -clubs zijn van het bekende soort. Ook hier slaagt Richard Laxton er niet in om iets aparts te verzinnen of het cliché te doorbreken. Het zijn beelden die we eerder hebben gezien en die het verhaal niet echt vooruit helpen. Het enige fragment dat meerwaarde bied is een opname in een homoclub voor bouwvakkers en zelfs daar is het Crisps voice-over die de aandacht trekt terwijl de camera langzaam over de naakte torso’s en gele helmen pant en hij zich afvraagt wie de echte bouwvakkers zijn en wie degenen die zich voor bouwvakker uitgeven in de hoop zo dicht mogelijk in de buurt van hun idool te komen. Het is een rake en schrijnende vaststelling van een man die zich altijd heel ver van dat soort carnale vertier heeft gehouden, die in de eerste plaats een gentleman was en dat altijd is gebleven.
 

 
Quentin Crisp was een controversiële figuur en dat laat regisseur Richard Laxton ook duidelijk aan bod komen in zijn film, zij het dat zijn scenario, van de hand van Brian Fillis, niet altijd de vinger even goed aan de pols heeft. Maar de acteerprestatie van John Hurt maakt heel veel goed en die voelt zich uitstekend in de rol van de flamboyante Quentin Crisp die hij meer dan twintig jaar persoonlijk heeft gekend. Crisp wordt in de An Englishman in New York meer dan 20 jaar ouder tussen de begin- en eindscène en ook dat proces overleeft John Hurt met succes en op een geloofwaardige manier. Denis O’Hare brengt het er bovendien uitstekend vanaf als Crisps bewaarengel Phillip Steele en terwijl Jonathan Tucker misschien een twijfelgeval is, is er geen twijfel over Swoosie Kurtz als zijn agente Connie Clausen en Cynthia Nixon als Penny Arcade, de jonge artieste met wie Crisp in de jaren tachtig een duo vormt en een succesvolle comeback maakt.
 
BEELD EN GELUID
An Englishman in New York krijgt van regisseur Richard Laxton een fris en bont pakket tinten toegeschoven. Dat is nodig om de kleurige outfit van Quentin Crisp op te laten vallen in de eerder grauwe en smerige straten van Manhattan anno 1983. De binnenopnamen zijn wat aan de donkere kant met veel bruin en beige. De film is netjes op dvd gestanst zonder ongerechtigheden of technische mankementen.
Het geluid doet z’n voordeel met popmuziek uit de jaren tachtig en af en toe wat herrie tijdens de One Man shows, waarbij de achterste geluidskanalen flink uithalen en de subwoofer soms heerlijk diep gaat.
 
EXTRA’S
Een kort Interview met John Hurt over zijn rol als Quentin Crisp en hun jarenlange vriendschap en een al even korte Behind The Scenes over de moeilijkheden om het Manhattan van de jaren tachtig te reconstrueren op locatie en over de lange make-upsessies om John Hurt de perfecte look te geven. Als afsluiter krijgt u nog een aantal Andere Trailers over homofilms op het Homescreen-label.
 
CONCLUSIE                               
An Englishman in New York is het vervolg op The Naked Civil Servant, de spraakmakende autobiografische film over Quentin Crisp, waarin acteer John Hurt in 1975 schitterde en internationaal doorbrak. De recente film is minder sterk, maar is belangrijk omdat ie een licht werpt op het laatste hoofdstuk uit het leven van de Engelse schrijver en acteur en vooral ook omdat het een gelegenheid is om John Hurt opnieuw te zien uitblinken in een rol die hem op het lijf geschreven is.



cover




Studio: Homescreen

Regie: Richard Laxton
Met: John Hurt, Denis OHare, Jonathan Tucker, Cynthia Nixon, Swoosie Kurtz

Film:
7,5/10

Extra's:
5/10

Geluid:
8/10

Beeld:
8,5/10


Regio:
2

Genre:
Komedie

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
2009

Leeftijd:
AL

Speelduur:
74 min.

Type DVD:
SS-SL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital 2.0


Ondertitels:
Nederlands
Extra's:
• Intervieuw met John Hurt
• Behind The Scenes
• Andere Trailers

Andere recente releases van deze maatschappij