:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> HIGH SIERRA
HIGH SIERRA
Bespreking door: Dieter - Geplaatst op: 2008-02-26
FILM
Na zo’n vijf jaar te hebben geploeterd in B-films en als standaardslechterik voor grotere sterren in gangsterfilms van Warner Bros. kreeg Humphrey Bogart in High Sierra eindelijk de kans zich als leading man te profileren. De acteur was nochtans niet de eerste keus voor de rol van Roy ‘Mad Dog’ Earle, een gangster die na acht jaar cel gratie krijgt van de gouverneur en prompt een laatste grote overval plant alvorens te gaan rentenieren. W.R. Burnett, schrijver van de roman waarop de film gebaseerd is, pende tien jaar eerder Little Caesar, dat de katalysator was geweest voor het succes van de Warner gangsterfilms. Hopend op soortgelijke bijval vroeg de studio een van zijn box officekampioenen, Paul Muni, voor de hoofdrol. Die haakte echter af na twee scriptversies. Volgende in het rijtje was dat andere gangstericoon, George Raft. Hij werd eigenhandig door Bogart uit de weg geruimd met het zinnetje ‘Roy Earle is niks voor jou: gewoon de zoveelste gangster die in de finale neergeknald wordt’. En dus kreeg Bogey de rol waarvan hij terecht vermoedde dat die van hem een ster zou maken.

Roy Earle was inderdaad een crimineel zoals die voordien nauwelijks tot niet op pellicule was vastgelegd. De ganse jaren dertig waren gangsters mannen uit één stuk geweest. Geweld zat hen in de genen; medeleven was niet terug te vinden in hun DNA. High Sierra betekende een breuk met die genreconventie. Roy Earle is nog steeds van nature een crimineel, maar hij maakt een duidelijk onderscheid tussen zijn ‘beroep’ en zijn privé-leven. Zo compromisloos hij is als hij een kluis leegrooft of op de vlucht is voor de politie, zo zorgzaam is hij wanneer hij halsoverkop verliefd wordt op een twintigjarige jongedame met klompvoet. Hij betaalt zonder verpinken haar operatie, niet enkel omdat hij naar haar hand wil dingen, maar omdat hij een goede daad wil stellen. De film maakt nooit duidelijk of Earle handelt uit medeleven, liefde of als Wiedergutmachung voor zijn misdadige acties. Waarschijnlijk is het een combinatie van de drie. Hiermee sluipt ambivalentie in het karakter van de gangster en wordt de basis gelegd voor de geboorte van een nieuw genre: de film noir.



Het zal dan ook niemand verwonderen dat de naam John Huston opduikt in de credits. Huston werkte al tien jaar als schrijver bij Warner aan een brede waaier films en genres, maar zijn hart klopte het snelst voor de misdaadthriller. High Sierra was bijgevolg een project waar hij zich als een pitbull in vastbeet. Aan de plot sleutelde Huston nauwelijks – hij vond het boek al bijzonder filmisch – maar zijn kunde is vooral voelbaar in de dialogen die de karakters vorm geven en dynamisch balanceren tussen realisme en gekunstelde woordkunst. Een andere belangrijke factor voor het slagen van de prent was regisseur Raoul Walsh. De veteraan had voordien al samengewerkt met Bogart in een andere film die een verschuiving van de klassieke gangsterpatronen betekende: The Roaring Twenties. Hij bezat de expertise om technische bekwaamheid te koppelen aan goede acteerprestaties. Walsh’ regie focust als vanouds op verhaal en verhaal alleen. Hij is rechttoe rechtaan in zijn cameraset-ups, verliest geen tijd met onnodige tierlantijntjes en creëert een tempo waaraan moeilijk te weerstaan valt. Het is dankzij Huston en Walsh dat je het als kijker pikt dat de eerste echte actie van de prent pas rond het uur opduikt. Al het voorgaande is haast louter karakteruitdieping.

Dat kan je natuurlijk enkel doen als je personages ook zestig minuten lang interessant genoeg zijn om te volgen. Wat Roy Earle betreft is dat alvast geen probleem. De gangster die drieste daden pleegt en toch een gouden hart heeft, biedt ampele ruimte voor Humprey Bogart om zijn acteerspel volledig tot zijn recht te doen komen. Hij is nog niet de typische antiheld die de acteur in het volgende decennium zou opvoeren, maar sluit dichter aan bij het soort rollen dat James Cagney eind jaren dertig speelde. Naar moderne maatstaven blijft de vertolking iets te tam, maar anno 1940 valt te begrijpen waarom het Amerikaanse publiek wel pap lustte van Bogarts interpretatie. Zeer tegen zijn zin moest Bogey overigens top billing laten aan co-ster Ida Lupino (voor het laatst in zijn carrière). Zij is de vrouw die verliefd wordt op de ruwe bolster met de blanke pit en hem tegen beter weten in niet los wil laten. Spijtig genoeg bevat het karakter weinig diepgang en is er nauwelijks chemie tussen de twee acteurs. Ook tussen Bogart en Joan Leslie – het meisje met de klompvoet – is die chemie niet aanwezig, zij het dat het script er hier om vraagt. Leslie trekt zich niettemin goed uit de slag. In een belangrijke nevenrol schittert Henry Travers op zijn gewoonlijke humanistische manier. Comic relief is er in de vorm van het hondje Pardo, vertolkt door Bogarts échte huisdier.

67 jaar na dato heeft High Sierra niet meer de kracht die hij in 1941 moet hebben gehad. De gangster met een geweten zou in latere films immers nog beter aan bod komen en zowel Bogart, Huston als Walsh zouden nog sterkere, tijdlozere films draaien over hetzelfde thema. Als trendsetter mag men High Sierra echter niet onderschatten. Geen half jaar later zou John Huston, gesterkt door zijn ervaringen met deze prent, met The Maltese Falcon de gangsterfilm immers definitief omvormen tot film noir en Bogart definitief tot superster bombarderen. High Sierra mag zich echter ook op de borst kloppen voor minstens één scène die het verdient opgenomen te worden in de annalen van de cinema: de climax op de hoogste toppen van de Sierra Nevada, waarbij Roy Earle het hoofd moet bieden aan een grote politiemacht. Wanneer hij – zoals Bogart George Raft al waarschuwde – uiteindelijk neergeknald wordt en over de rotsen naar beneden valt, voor de ogen van Ida Lupino, is het de dood van een gangster, maar de geboorte van een legende. Stuntman Buster Wiles was nochtans niet tevreden over zijn val en wilde een tweede take doen. Niet nodig, verzekerde Raoul Walsh hem: ‘het is goed genoeg voor de kwartjeskijkers’.



BEELD EN GELUID
De film ziet er prima uit op dvd. De occasionele printbeschadingen en filmgrain zijn de enige echte minpunten van een transfer die kan pochen met een uitstekende scherpte en dito contrasten. Zwartniveaus hadden wel een tikje donkerder mogen zijn. De geluidstrack bestaat uit het originele monospoor. De mix tussen de muziek en de dialoog is niet altijd even goed, maar de helderheid van de track maakt veel goed.

EXTRA’S
Naast een Bioscooptrailer (2 min.) van de film bevat de disk de korte making of Curtains for Roy Earle (15 min.) waarin een handvol filmhistorici en actrice Joan Leslie hun inzichten delen. Een verklarende voice-over praat de rest van de bijzonder informatieve featurette vol.

CONCLUSIE
High Sierra is een scharnierfilm in de overgang van de gangsterfilm naar de film noir. Humphrey Bogart maakt zelfzeker de stap van nevenacteur naar leading man en scenarist John Huston en regisseur Raoul Walsh zorgen voor een goede mix tussen suspense, psychologisch drama en actie. Beeld en geluid zijn prima op de schijf gezet. De bonussectie is klein maar informatief.


cover



Studio: Living Colour Entertainment

Regie: Raoul Walsh
Met: Humphrey Bogart, Ida Lupino, Joan Leslie, Henry Travers, Alan Curtis, Arthur Kennedy, Henry Hull

Film:
7/10

Extra's:
1,5/10

Geluid:
7/10

Beeld:
7,5/10


Regio:
2

Genre:
Misdaad

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
1941

Leeftijd:
6

Speelduur:
95 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.33:1 PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital Mono 1.0
Italiaans Dolby Digital Mono 1.0

Ondertitels:
o.a. Nederlands
Extra's:
• Making of
• Trailer

Andere recente releases van deze maatschappij