Regie: Alfred Hitchcock
Met: Robert Donat, Madeleine Carroll,Lucie Mannheim, Godfrey Tearle, Peggy Ashcroft, John Laurie, Helen Haye, Frank Cellier
Als The 39 Steps belangrijk is, dan is dat vooral om andere redenen, zoals bijv. het feit dat Hitchcock voor het eerst het verkeerdemanprincipe toepast, z’n hoofdpersonage Hannay wordt er nl. ten onrechte van beschuldigd de moord op contraspionageagente Smith te hebben gepleegd en belangrijker dan de initiële spionageplot is het verhaal over hoe hij alles in het werk stelt om onder de beschuldiging uit te komen, waarbij hij en route toevallig – als een James Bond avant la lettre - het pad kruist van drie zeer aantrekkelijke vrouwen, met nogal wat seksuele insinuaties vanwege de regisseur tot gevolg, vooral i.v.m. de mooie blondine die hij halfweg de film in de trein van zeer nabij leert kennen, aan wie hij het laatste kwart van de film vastgeketend zit én met wie hij het bed moet delen… Als je de aanvankelijke plotgaten even vergeet, dan wordt The 39 Steps gaandeweg toch nog spannend én grappig, zij het dat dat ten koste gaat van een aantal Schotse rechercheurs en minstens één commissaris, die als erg dom worden afgeschilderd of die minstens corrupte genoeg zijn om zich als zodanig voor te doen. Het is bovendien typisch Hitchcock om de actie in het theater te laten beginnen (met een revolverschot) en ze in gelijksoortige omstandigheden te laten eindigen (opnieuw met een revolverschot) in het Londense Palladium.
Ook technisch is The 39 Steps een verrassing, want alle latere Hitchcock-trucjes zitten erin verwerkt, zoals de brede panoramische opnamen van het Schotse hoogland, de vogelperspectiefopname van een dal en een villa waar Hannay naartoe wil om aan z’n achtervolgers te ontspannen en de adembenemende opname van Hannay achter een brugpeiler boven een rivier nadat diezelfde heren de noodstopknop van de trein hebben ingedrukt. Meesterlijk is de scène waarin het hoofdpersonage na de dood van agente Smith zich uit de voeten maakt en de trein naar Schotland neemt, terwijl ondertussen de werkster in het hotelletje het lijk ontdekt, een fragment dat in de treinscène is gemonteerd onder het geluid van de stoomfluit als de machine op volle snelheid richting noorden spoort. Het gevolg is een snelle voortgang die de algemene indruk ten goede komt, want op die manier voorkomt de regisseur dat de toeschouwer te veel gaat nadenken en de plotgaten te gauw opvallen.
Wat kunnen we over de acteerprestaties zeggen? Minstens dat ze veel natuurlijker zijn dan wat op datzelfde moment op het Europese continent voor ongedwongen en ongekunsteld doorging, waarmee Alfred Hitchcock al helemaal volgens Amerikaanse concepten werkt, maar dat wekt wellicht geen verbazing, want Europese films zal hij in Londen anno 1935 veel minder onder ogen hebben gekregen. Robert Donat (Goodbye, Mr. Chips, 1939) kruipt in de huid van de Canadese onderdaan Hannay en hij heeft er geen enkele moeite mee om de kijker op z’n hand te krijgen, want uiteraard is Hannay onschuldig en hebben we met hem te doen, maar bovendien is hij aantrekkelijk en gedraagt hij zich in het gezelschap van dames altijd als een gentleman. De in Berlijn geboren Lucie Mannheim (Miss Smith) en de uit Sussex, Engeland, afkomstige actrice Peggy Ashcroft (A Passage To India, 1984) in de rol van de pachtervrouw, komen te kort in beeld om indruk te maken, maar hun acteerprestaties zijn altijd onbevangen en naturel, wat overigens ook geldt voor Madeleine Carroll als de aanvankelijk vrij stijve blondine Pamela, die in de slotfase op Hannay verliefd wordt.
BEELD EN GELUID
De film is uiteraard in zwart-wit gedraaid, maar de zwartwaarden zijn uitzonderlijk goed gerestaureerd en van ongerechtigheden is geen sprake. Het beeld is scherp en de klankband, alhoewel in mono, levert een zeer acceptabele prestatie.
EXTRA’S
Geen



