Regie: Thomas Schadt
Met: -
Berlijn is uiteraard heel erg veranderd in de voorbije 75 jaar. De Reichstag staat er nog en de Brandenburger Tor eveneens, maar voor de rest is er niet veel meer dat aan de tijd van Ruttmann herinnert sinds de Duitse hoofdstad tijdens de Tweede Wereldoorlog door Amerikaanse een Britse bommenwerpers zo goed als compleet verwoest werd. Twaalf jaar na de Val van de Muur lijkt Berlijn één grote bouwwerf, want in het oostelijke deel van de stad zijn de renovatiewerken aan huizen en monumenten nog in volle gang en in het voormalige niemandsland tussen oost en west wordt volop gebouwd, met de Potsdammerplatz als indrukwekkendste bouwplek. In de wijken is de Muur ondertussen gesloopt en Checkpoint Charlie is een toeristische attractie geworden. Op de Alexanderplatz, ooit het kloppende hart van Oost-Berlijn, kuieren dagjesmensen en langs de Spree verrijzen de nieuwe ministeries en de ambtswoning van de kanselier, die in de volksmond de wasmachine genoemd wordt wegens haar bizarre architectonische kenmerken. De Reichtags die er sinds de brand van 1933 min of meer als een ruïne bijstond (in de DDR-tijd werd het gebouw weliswaar gerepareerd en gemoderniseerd, maar het speelde geen belangrijke rol omdat het in het niemandsland lag) is in z’n oude luister hersteld met als blikvanger een immense glazen koepel. Het Palast der Republik, het Oost-Duitse parlement dat in 1976 op de oever van de Spree verrees tegenover de dom en dat na de hereniging z’n functie verloor, is al gedeeltelijk ontmanteld om plaats te maken voor een kopie van het door de Oost-Duitsers afgebroken Stadtschloss, ooit de residentie van de koning van Pruisen en de keizer van het Duitse Rijk.
Vanuit de 368 meter hoge Fernsehturm (de Oost-Duitse televisietoren op Alexanderplatz, gebouwd in de periode 1965-69) die de Berlijnse skyline domineert, richt Thomas Schadt z’n camera op het woud van gestandaardiseerde woonblokken in Oost-Berlijn en op de protserige kantoorgebouwen van o.a. Mercedes in het westen van de stad. Het opvallendste verschil met 1927 vormen de eindeloze rijen geparkeerde auto’s langs de brede avenues en uiteraard het drukke verkeer op de invalswegen naar het centrum tijdens de spits. Desondanks is het voor voetgangers minder gevaarlijk in de binnenstad dan 75 jaar geleden, want verkeerslichten en zebrapaden zorgen ervoor dat men in veilige omstandigheden de straat kan oversteken. Het is ooit anders geweest! Net zoals Ruttmann schenkt Schadt aandacht aan de technologische vooruitgang: de ouderwetse trams zijn vervangen door snelle lightrailtreinen op eigen bedding, in fabriekhallen en drukkerijen zijn arbeiders vervangen door robots en mensen komen er nog alleen aan te pas voor ingewikkelde handelingen of controlefuncties. Achter de glazen façades zitten mensen aan computers en toetsenborden terwijl elders brood en krentenkoeken haast zonder menselijke tussenkomst van de ovens in de manden rollen. Alleen qua ontspanning heeft de tijd een beetje stilgestaan: wandelaars en fietsers in het park, dansende senioren op het terrasje van een bistro, dagjesmensen die inschepen voor een Spreetocht, een ijshockeyteam dat het onderspit delft in de O2-arena, jonge stellen met kinderen in de Berliner Zoo, etc.
De sociale diversiteit mag uiteraard niet ontbreken in dit portret van Berlijn. Destijds kreeg Ruttmann heel veel kritiek omdat hij de armoede in de volkswijken toonde, de slechte werkomstandigheden in de fabrieken en aan de andere kant de exuberante luxe van de rijken, zonder een standpunt in te nemen. Ook Thomas Schadt wil niet meer zijn dan een objectieve waarnemer. Echte armoede toont hij niet in Berlin: Sinfonie Einer Grossstadt, één keer een dronkaard of een drugsgebruiker die door de politie wordt opgebracht en vervolgens de piekfijn geklede dames met hun opvallende hoeden op de jaarlijkse lenteshow. Maar waar zijn de tienduizenden Turken die ondertussen in Berlijn wonen, vaak in zeer precaire omstandigheden? Waar zijn de duizenden Vietnamezen die in de DDR-tijd massaal naar Oost-Duitsland kwamen en sinds de hereniging aan hun lot worden overgelaten? In z’n poging om dicht bij het origineel te blijven, heeft Thomas Schadt misschien toch een aantal aspecten van Berlijn anno 2002 uit het oog verloren?
Walter Ruttmanns documentaire over Berlijn was in 1927 een nooit eerder gezien avant-gardistisch project qua inhoud en vorm. Hij toonde het Duitse publiek aspecten van z'n wereld die het vaak niet eerder had gezien (omdat ze nog maar zeer recent waren uitgevonden of geïntroduceerd) en hij koos voor een snelle en vinnige montage, eigentijdse muziek en zwart-wit omdat kleur nog niet bestond. Thomas Schadt draait ook in zwart-wit en kiest hetzelfde 1.33:1-formaat als Ruttmann destijds, maar daarmee levert hij een productie af die achteruitkijkt in plaats van vooruit. Hetzelfde geldt voor de muziek die heel dominant aanwezig is in de film en die vaak het voortouw neemt. De componisten Iris ter Schiphorst en Helmut Oehring hebben een indrukwekkende soundtrack geschreven, maar die klinkt net zoals de muziek in Ruttmanns film en wat toen gedurfd en vernieuwend was, is dat niet noodzakelijk vandaag. Qua beeldkeuze maakt Thomas Schadt zich overigens te weinig los van de selectie van Ruttmann destijds. Die toonde zeer terecht de revolutie in industrie en techniek, want anno 1927 was Berlijn een belangrijk industriecentrum. Vandaag is Berlijn dat niet meer. Het industriële zwaartepunt ligt tegenwoordig elders in Duitsland. Berlijn staat bekend om z’n bruisende kunstscène; het is een partystad met een jonge bevolking en een levendige homoscène. Berlijn is cool en hip, maar niets daarvan in Schadts documentaire.
Thomas Schadt is beter op dreef als cameraman. Z’n montage is in navolging van Ruttmann vaak vinnig, maar even zo vaak neemt hij de tijd voor een rustige scène en dan zeilt z’n camera langzaam over het water van de Spree, langs de immense glazen gevels op de Potsdammerplatz of over de grauwe gevels langs het voormalige niemandsland tussen oost en west. Maar terwijl Ruttmann destijds de realiteit probeerde te filmen, kiest Schadt vaak voor mooie plaatjes. Een opname op de Alexanderplatz gaat bijv. niet door omdat het er te druk is op dat moment en een opname in een tramstation evenmin omdat er te weinig passagiers aanwezig zijn. Je vraagt je af hoeveel andere scènes Schadt nog geënsceneerd heeft om zijn realistisch portret van Berlijn samen te stellen.
Wie Berlijn kent heeft z’n eigen film over de Duitse hoofdstad in het hoofd. Wie de documentaire van Walter Ruttmann ooit zag, kan zich een beeld vormen over de grandeur en het belang van Berlijn tussen de beide wereldoorlogen en over het potentieel van de stad voor de toekomst van Duitsland. De film van Thomas Schadt is een interessant tijdsdocument waarin de sporen van meer dan 40 jaar Duitse verdeeldheid nog net zichtbaar zijn, doch visionair en avant-gardistisch à la Ruttmann is deze Berlijnfilm niét, want Thomas Schadt slaagt er niet in om via het materiaal de kijker een blik op de toekomst van de Duitse hoofdstad te werpen en met een vormgeving die 75 jaar geleden ook al gangbaar was, wek je niet meteen de indruk tot de avant-garde van je eigen tijd te behoren.
Duits DTS 5.1
Duits Dolby Digital 5.1
Duits Dolby Surround 2.0